faqt (© ")
02-8-2012 14:31 | Door Alexandra Wong faqt

Testikel eten als doping



Al zo lang de mensheid aan sport doet, is er doping. Tegenwoordig nemen sommige atleten EPO of bloedverdunners, in de 19e en begin 20ste eeuw was alcohol en strychnine favoriet. Ook wilden atleten (bijna alleen mannen in die tijd) nog wel eens gebakken testikels van dieren tot zich nemen, om hun mannelijkheid - en dus ruwe kracht - te vergroten.

Sporthistoricus Martin Polley van de universiteit van Southhampton vertelde aan persbureau Reuters dat doping een eeuw geleden helemaal niet werd gezien als probleem. Tijdens de eerste paar Olympische Spelen was het bijvoorbeeld heel normaal om halverwege de marathon even te stoppen om een slok brandewijn tot je te nemen. Dat oppeppertje werd gezien als noodzakelijk om de lange tocht vol te houden.

De meest bizarre doping was strychnine. Dit extract van de braaknoot zit in rattengif en pesticide. Krijg je het binnen, dan schiet je eerst in een verschrikkelijke kramp om vervolgens dood te gaan aan een hartstilstand. Alleen dachten atleten dat het in zeer kleine doses een oppeppende werking had en dus goed was voor prestaties. Niet voor niets vielen atleten geregeld flauw als ze dit middel hadden gebruikt.

In de loop van de 20ste eeuw zijn we doping gaan zien als oneerlijk. Aanvankelijk kregen atleten die verboden middelen gebruikten alleen een boete. Joop Zoetemelk, winnaar van de Tour de France, heeft geregeld deze boetes gehad, blijkt uit zijn biografie. Hij mocht echter gewoon doorrijden, net als het halve peloton. Pas in de late jaren tachtig begon de grote jacht op dopingzondaars. Tijdens de Olympische Spelen van 1988 werden vijf van de finalisten op de 100 meter sprint betrapt op doping, waaronder de winnaar, Ben Johnson.

Testikel eten als dopingDoping werd vroeger gezien al heel normaal. Anders kon je zo’n prestatie toch niet neerzetten? Dus at je testikel… Alexandra Wongfaqtfaqt(©")2012-08-02T14:26:402012-08-02T14:31:14Al zo lang de mensheid aan sport doet, is er doping. Tegenwoordig nemen sommige atleten EPO of bloedverdunners, in de 19e en begin 20ste eeuw was alcohol en strychnine favoriet. Ook wilden atleten (bijna alleen mannen in die tijd) nog wel eens gebakken testikels van dieren tot zich nemen, om hun mannelijkheid - en dus ruwe kracht - te vergroten.Sporthistoricus Martin Polley van de universiteit van Southhampton vertelde aan persbureau Reuters dat doping een eeuw geleden helemaal niet werd gezien als probleem. Tijdens de eerste paar Olympische Spelen was het bijvoorbeeld heel normaal om halverwege de marathon even te stoppen om een slok brandewijn tot je te nemen. Dat oppeppertje werd gezien als noodzakelijk om de lange tocht vol te houden.De meest bizarre doping was strychnine. Dit extract van de braaknoot zit in rattengif en pesticide. Krijg je het binnen, dan schiet je eerst in een verschrikkelijke kramp om vervolgens dood te gaan aan een hartstilstand. Alleen dachten atleten dat het in zeer kleine doses een oppeppende werking had en dus goed was voor prestaties. Niet voor niets vielen atleten geregeld flauw als ze dit middel hadden gebruikt.In de loop van de 20ste eeuw zijn we doping gaan zien als oneerlijk. Aanvankelijk kregen atleten die verboden middelen gebruikten alleen een boete. Joop Zoetemelk, winnaar van de Tour de France, heeft geregeld deze boetes gehad, blijkt uit zijn biografie. Hij mocht echter gewoon doorrijden, net als het halve peloton. Pas in de late jaren tachtig begon de grote jacht op dopingzondaars. Tijdens de Olympische Spelen van 1988 werden vijf van de finalisten op de 100 meter sprint betrapt op doping, waaronder de winnaar, Ben Johnson.