Demonstraties in Teheran

Demonstraties in Teheran

(Novum/AP) - Iraanse ordetroepen hebben woensdag met de wapenstok ingeslagen op demonstranten die leuzen scandeerden tegen de regering van president Mahmoud Ahmadinejad. De illegale demonstratie vond plaats terwijl nog geen kilometer verderop regeringsgezinde betogers herdachten dat de Amerikaanse ambassade dertig jaar geleden werd bezet.

De oppositie greep de ambassadeherdenking aan om in groten getale de straat op te gaan teneinde nogmaals te protesteren tegen de gang van zaken bij de presidentsverkiezingen van juni. Velen droegen een groene hoofddoek of groene polsband, ten teken van steun aan oppositieleider Mir Hossein Mousavi, die zegt dat de overwinning hem in juni door Ahmadinejad is ontstolen. Zowel Mousavi als een andere prominent van de oppositie, oud-president Mohammad Khatami, leek de oppositiebetogers te steunen.

Het contrast tussen beide demonstraties kon niet groter zijn. Bij de Amerikaanse ambassade klonken leuzen als 'dood aan Amerika', op het Haft-e-Tir-plein werd 'dood aan de dictator' gescandeerd. Ooggetuigen zeiden dat paramilitaire manschappen en leden van de Revolutionaire Garde onbarmhartig insloegen op de illegale betogers. Mensen werden geslagen, getrapt en mishandeld.

Op hervormingsgezinde websites werd vermeld dat de politie in de lucht vuurde om de betogers op het Haft-e-Tir-plein te verspreiden. Het staatspersbureau Irna berichtte dat de politie traangas had ingezet tegen betogers in andere stadswijken.

Een vooraanstaand lid van de oppositie, Mahdi Karroubi, viel onder invloed van traangas op de grond, aldus een mededeling van Karroubi's zoon Hossein op een website. Medestanders wisten Karroubi met een auto in veiligheid te brengen. Volgens ooggetuigen waren ongeveer tweeduizend studenten van de Universiteit van Teheran bij de illegale protesten betrokken.

Het was moeilijk de omvang van de protesten in kaart te brengen, maar er was zeker geen sprake van de honderdduizenden betogers die in de zomermaanden de straat op gingen. Een woordvoerder van het Witte Huis, Robert Gibbs, zei dat de regering-Obama de ontwikkelingen op de voet volgde en ten zeerste hoopte dat het geweld zich niet zou uitbreiden. President Barack Obama riep ter gelegenheid van de herdenking beide landen op 'de weg van aanhoudende achterdocht, wantrouwen en confrontatie te verlaten'.

De betoging bij de Amerikaanse ambassade was georganiseerd om er bij stil te staan dat het dertig jaar geleden is dat op 4 november 1979 de ambassade door revolutionairen werd bezet. De bestorming leidde tot een 444 dagen durende bezetting, gedurende welke 52 Amerikanen in de ambassade werden gegijzeld. De actie vormde het begin van drie decennia van bevroren diplomatieke betrekkingen tussen Iran en de Verenigde Staten.

Aan de herdenking werd door duizenden mensen meegedaan. De voornaamste spreker, het conservatieve parlementslid Gholam Ali Haddad Adel, veroordeelde de VS als de grootste vijand van Iran. Hij noemde de oppositieleiders een gevaar voor het land, omdat ze zeggen de idealen van de revolutie te steunen maar in werkelijkheid met de vijand zouden heulen.